Lichtkoepel 80x120
De lichtkoepel 80×120 cm is een van de meest bestelde rechthoekige dagmaten en dankt die positie aan een prettige verhouding: 2:3, oftewel anderhalf keer zo lang als breed. Dat is genoeg om licht over de lengte van een ruimte te verdelen, zonder dat de koepel als een strook op het dak gaat liggen. Met 0,96 m² lichtdoorlatend oppervlak en een daksparing van 100×140 cm is dit het formaat dat past bij de typisch Nederlandse uitbouw van drie tot vier meter diep en bij de keuken die daar op uitkomt.
Bekijk alle lichtkoepels in ons assortiment.
De 80×120 cm als standaardkeuze voor uitbouw en woonkeuken
Wat de 80×120 cm zo bruikbaar maakt is dat beide maten meewerken. De 80 cm breedte blijft binnen wat een gangbare dakconstructie zonder ingrijpende aanpassing aankan, terwijl de 120 cm lengte het lichtoppervlak op bijna een vierkante meter brengt. Ten opzichte van de vierkante 80×80 cm is dat vijftig procent meer daglicht bij dezelfde breedte, en dus bij precies dezelfde vraag aan de constructie in de kritische richting.
Dat verklaart waarom deze maat zo vaak in uitbouwen belandt. Een uitbouw is bijna altijd smal en diep; een vierkante koepel maakt daar één lichte plek, een rechthoekige maakt een lichte baan.
Wat 0,96 m² doet in een woonkeuken
In een keuken zit het probleem zelden bij het raam en bijna altijd bij het aanrecht. Werkbladen staan tegen een binnenwand, de kok staat met de rug naar het licht en werkt in de eigen schaduw. Een koepel boven de werklijn keert dat om: het licht komt van boven en de schaduw valt weg.
Voor die toepassing is de 120 cm lengte functioneel, niet decoratief. Een gemiddelde keukenopstelling is twee tot drie meter breed; een lichtbaan van 1,2 meter dekt daar het grootste deel van. Een vierkante koepel van dezelfde breedte bestrijkt maar de helft van diezelfde lijn.
Kies boven een werkblad bij voorkeur opaal. Helder materiaal geeft een scherp begrensde zonneplek die over het aanrecht wandelt en op een zomerse middag hinderlijk fel wordt op een licht werkblad. Opaal verdeelt hetzelfde licht zonder die harde rand; het aanbod staat bij opale lichtkoepels.
De daksparing van 100×140 cm inplannen
De dakopening voor deze maat is 100×140 cm: overal twintig centimeter meer dan de dagmaat. Die twintig centimeter is geen speling maar de ruimte die de opstandflens nodig heeft om op het dakvlak te kunnen liggen.
Bij houten dakconstructies met balken op 60 cm hart-op-hart overspant een opening van 100 cm meer dan één vak, wat betekent dat een balk onderbroken en met raveelhout opgevangen moet worden. Dat is regulier timmerwerk, maar het is wel werk dat vooraf bekeken moet worden en niet iets wat u tijdens het zagen ontdekt.
Kijk voordat u zaagt ook wat er onder het dakbeschot loopt. In een uitbouw zit vaak juist daar de bedrading van de plafondspots of de leiding van een afzuiging. Een inspectie van onderaf kost tien minuten en voorkomt een doorgezaagde kabel.
Kiezen tussen één 80×120 cm en twee kleinere koepels
Bij bijna een vierkante meter daglicht duikt vrijwel altijd de vraag op of twee kleinere koepels niet beter zouden zijn. Het antwoord hangt af van de vorm van de ruimte en van uw dakconstructie, niet van de totale vierkante meters.
Wanneer één koepel wint
Eén 80×120 cm betekent één dakopening, één opstand, één afdichting en één plek waar over vijftien jaar iets kan gaan lekken. Elke extra doorbreking van een plat dak is een extra risicopunt; dat argument telt zwaarder naarmate het dak ouder is.
Ook visueel is één rechthoek rustiger dan twee vierkanten. In een uitbouw met een strak plafond is een enkele lichtopening architectonisch overtuigender dan een symmetrisch paar dat toch nooit helemaal in het midden uitkomt.
Financieel scheelt het eveneens: één koepel plus één opstand blijft onder de kosten van twee complete sets, en er is maar één keer montagetijd nodig.
Wanneer twee koepels wint
Is de ruimte breed in plaats van diep, dan verdelen twee kleinere koepels het licht gelijkmatiger dan één rechthoek die maar één as bedient. Bij een woonkeuken van vijf meter breed is dat vaak de betere oplossing.
Twee kleinere openingen kunnen bovendien elk binnen een eigen balkvak vallen, waardoor constructief ingrijpen achterwege blijft. Bij een dakconstructie waar u liever niet aan komt, is dat een zwaarwegend argument.
Houd bij twee openingen naast elkaar voldoende constructiehout tussen de sparingen aan en laat de tussenafstand door een timmerman beoordelen. Twee openingen dicht op elkaar verzwakken het dakvlak meer dan één grotere.
Isolatie: wat de wandigheid hier oplevert
Bij 0,96 m² en 20 graden temperatuurverschil verliest een enkelwandige koepel (U 5,70 W/m²K) ongeveer 109 watt. Tweewandig (2,94) brengt dat terug naar circa 56 watt, driewandig (1,92) naar circa 37 watt en vierwandig (1,43) naar circa 27 watt. Een zeswandige ISO-uitvoering (1,36) komt op ongeveer 26 watt uit.
De grootste sprong zit dus tussen enkel- en tweewandig, de tweede tussen twee- en driewandig. Daarboven wordt de winst per extra wand kleiner. Voor een verwarmde uitbouw of woonkeuken is driewandig een verdedigbaar minimum en vierwandig de comfortabele keuze.
Voor een onverwarmde ruimte - een garage of berging onder hetzelfde platte dak - is tweewandig doorgaans voldoende. Daar gaat het vooral om het voorkomen van condensvorming aan de binnenzijde, niet om stookkosten.